Steeds meer mensen hebben wel eens gehoord van osteopathie. Het woordje ‘os’ zit erin, zoals in ‘osteoperose’. “Het zal wel iets met botten te maken hebben”.

‘Os’ betekent inderdaad bot, of been. En ‘pathie’ komt van ‘pathos’ wat te vertalen is met ziekte. Dus een ziekte (pathie) in het lichaam uit zich in een verminderde beweeglijkheid van de botten/gewrichten (osteo). De osteopaat onderzoekt de beweeglijkheid van de gewrichten om een indruk te krijgen van de algehele gezondheidstoestand van het lichaam.

Hoewel de voorloper van de osteopaat, de ‘bonesetter’, en de grondlegger van de osteopathie, A.T. Still, zich inderdaad bezig hielden met botten en hun verbindingen, tegenwoordig wordt er niet alleen met botten gewerkt. Osteopaten vertalen ‘os’ nu liever met ‘weefsel’. Overigens is ‘pathos’ niet alleen te vertalen met ziekte, pijn en leed, maar ook met bezieling! Daarom kan je zeggen dat het hierom gaat in de osteopathie: het ‘bezielen’ van een weefsel dat niet meer goed beweegt.

Maar wat kan je nu met osteopathie en wat gebeurt er in de praktijk?

Klik voor meer informatie op:

achtergronden osteopathie: